Albertvest 46

maart 25th, 20108:00 am @

1


Albertvest 46

Vorig jaar stierf Gusta, mijn meter. Ze werd 99 en ik 40. En tot haar grote spijt net geen honderd.

Gusta woonde in Tienen, aan de Albertvest 46. Waren onze boerderij en de huizen in Hakendover voor mij het zinnenbeeld van een dorpswoning, dan was het huis van Gusta en Jefke aan de Albertvest voor mij dé – u hoort het goed – dé stadswoning. Een huis in de rij, smal en hoog, een voortuin. Wat voor mij als kind het grootste verschil uitmaakte tussen een stadswoning en een dorpswoning, heb ik daar bij Gusta in de kelder ontdekt. Een kelder, dat was voor mij iets dat onder de grond moest liggen. Vervolgens had ge de
kamers, daar boven de slaapkamers en helemaal van boven de zolder. Bij Gusta was dit compleet anders. Daar moest ge naar de kelder om in de tuin te raken. Dat klopte in mijn ogen niet helemaal. Het wc, dat was bij ons toenmalig buiten. Bij Gusta was het wc in de kelder, vlak tegenover de chauffageketel. Zo’n groot ronkend ding. In een dorp waren er steenkoolkachels, chauffageketels dat bestond in mijn ogen op de boerenbuiten niet.

Daar – in die kelder (ik ging daar met plezier naar het toilet) – heb ik ook de spaarzaamheid en het geloof in duurzaamheid van Gusta ontdekt. Ook al was haar winkel op dat moment al jaren dicht, dan nog vond je in de kelder alle koopwaren die ze van de sluiting van haar winkel had bewaard. Ik zie de dozen Sunlight-zeep nog voor mijn ogen.

Een echt gelijkvloers was er eigenlijk ook al niet. Ge moest altijd minstens een paar trapkes doen vooraleer ge in een kamer zat. In de kamer die aan de straatkant uitgaf, heeft Rita me als kind de eerste lessen sterrenkunde gegeven, maar dat doet nu natuurlijk niet veel ter zake. In de woonkamer stond een lage roodbruine bank waarop Jefke altijd lag te rusten. Ik zie hem daar nog liggen, met zijn bril met goudkleurig montuur en zijn zwarte pots op zijn kop. Zijn bruin geruite sloefen voor de zetel. En daarachter de eetkamer en, helemaal inspirerend voor mij als kind, een schuifdeur om naar de keuken te gaan. Dat deed mij denken aan de SF-films op TV waar de deuren geen klinken hadden, maar automatisch openschoven als ge er voor stond. Een ideale plaats om Star Trek of Space 1999 na te spelen. Daar keek ik altijd naar op TV en op mijn viewmaster.

Bij Gusta gingen we langs na elk bezoek aan de GB, daar recht tegenover aan de Albertvest. En natuurlijk ook bij de feestdagen. Na het Sinterklaasfeest in het Xaverium in Tienen, mocht ik mijne sinterklaas gaan halen bij Gusta. Dat feest deed mij eigenlijk niet zoveel meer, want ze voerden daar toch jaarlijks hetzelfde verhaalke op, maar van daaruit te voet naar Gusta gaan en vervolgens mijn sinterklaas krijgen, dat was beter dan de goede man in volle glorie aan het werk te zien op een podium.

Als ik bij Gusta was, dan keek ik altijd door het raam naar de GB aan de overkant. En met mijn vinger wees ik naar de auto’s die voorbijreden en ?er over mijn eigen kennis, wist ik Rita dan te zeggen: “dat is een Citroën, dat is een Mercedes…”. Dat was Tienen voor mij: de GB, Gusta en ja, ook wel een beetje de Paterskerk, maar dat is dan weer een ander verhaal.

Bij Kerstmis kwam Gusta tot bij ons thuis en vroeger ook bij het feest van Beloken Pasen. Bij Nieuwjaar en Tienen-Kermis, was het aan de Albertvest te doen. Gusta kende mijn smaak en of het de anderen beviel of niet, speciaal voor mij maakte ze spaghetti. Met naast de benodigde saus, ook rollekes hesp, hardgekookte eieren en kleine zwanworstjes. Niet meteen haute cuisine of gastronomie van de zevenste hemel, maar wie klaagt er over. Zo lekker als daar, zal ik het nooit meer krijgen. Nog in geen honderd jaar…

Speelgoed had ik daar niet nodig. Urenlang heb ik daar in het geniep het inlegwerk van de tafel herschikt en herschoven. Zo van die kleine houten vierkantjes, gelijk op een dambord. Ze heeft het nooit geweten, of althans nooit iets van gezegd. Gusta, was een beetje een kosmopoliet in eigen land. Voor zover ik weet, woonde ze in Rossoux- Krenwick, Landen, Lier, Hakendover, Tienen… Ge moet het maar doen. Gusta was zo een van die oude bomen die ge wél mocht verplanten. Ze kon overal gedijen. Gusta: streng en standvastig, geworteld in het geloof, maar ook flexibel en jong van geest.

Dat ziet ge op honderd jaar tijd niet veel mensen haar na doen…

Kris Merckx – 2010 – www.hakendover.be