“Ik hou van Tienen en muziek”

november 25th, 20106:00 am @

4


“Ik hou van Tienen en muziek”

“Hallo, met Jan Vervloet?”
“Ja, hoor, kom maar binnen!”

Ik sta samen met onze fotograaf Karel in de Peperstraat in Tienen. Even daarvoor stond ik, verstrooid als altijd, in de Spiegelstraat aan hetzelfde nummer, dezelfde vraag te stellen. “Nee, die woont hier niet, hoor, dat moet een vergissing zijn.”

Jan komt breed glimlachend op ons afgestapt en heet ons welkom in de toonzaal van de meubelwinkel van zijn ouders. Wat onmiddellijk opvalt, is dat Jan heel erg hartelijk is. Fijn, want dat maakt een interview altijd zoveel aangenamer.

Ik vraag hem hoe de gemiddelde Tienenaar omgaat met de bekende Jan Vervloet? Hij lacht: “In de toptijd van Fiocco, in 1998, toen was het wel zo dat de mensen mij voortdurend herkenden. Wanneer de school uit was, zeiden mijn kameraden vaak dat mensen keken of wezen. Nu, ik had toen ook zo van die blonde piekjes in mijn haar, dus dat viel redelijk op (glimlacht). Maar een jaar daarna was dat weer voorbij. Ik kom momenteel ook weinig buiten, ik ga volledig op in mijn muziek. Ik ga ook bijna nooit op café. Dus ik kom eigenlijk vooral buiten om te draaien als dj, of om iets te doen met mijn zoon en vriendin. Ik zit het liefst in mijn studio, liedjes te maken. Ik ben vaak bezig om liedjes te beluisteren die ik kan draaien of mixen. Je moet bijblijven in de dj-business! Vroeger kwamen er honderd liedjes per week uit, nu duizend. Toen was het ook allemaal vinyl. Er werd eigenlijk al een grote selectie gemaakt door de platenfirma’s en de groothandel omdat het veel meer kostte om een plaat uit te brengen. Nu, met de opkomst van het digitale tijdperk, is dat allemaal veel laagdrempeliger. Plus, ik draai ook het liefst ‘live’. Daarmee wil ik zeggen dat ik probeer zo weinig mogelijk op voorhand op te nemen. Anders is er niets aan, hé, gewoon ‘play’ drukken. Dus ja: muziek en m’n zoon en vriendin, daar heb je de drie zaken die mijn leven beheersen. Meer moet dat niet zijn! (lacht)”

“In Tienen en omstreken moet ik eigenlijk heel weinig draaien. De voorbije tien jaar speelde ik misschien maar één procent van al mijn optredens in de regio. Op zich is dat is heel raar, maar hier word ik bijna niet geboekt. Waarom? Iedereen kent me wel, maar ze denken misschien dat ik een dure vogel ben omdat ik wat bekendheid heb. Het is mijn beroep, dat is zo, dus gratis spelen doe ik niet, maar ik vind dat ik zeker redelijk meeval qua prijs ten opzicht van andere ‘bekendere’ dj’s. Gelukkig speel ik zowat overal in België, eigenlijk. En die afwisseling, dat heb ik absoluut nodig. Ik zat recent nog in Voeren, Lier en ook in Maaseik, Zottegem en Asse. Echt overal. Er is natuurlijk niet echt een discotheekcultuur is in de Tiense regio, wat je op de plaatsen waar ik meestal ga als dj wél hebt, zoals in Antwerpen, bijvoorbeeld. Misschien is dat nog wel een gemis in Tienen. Qua fuiven is het hier wel in orde, maar voor de echte ‘clubs’ moet je toch al snel naar Antwerpen, Westerlo of eventueel Leuven trekken. Dat is jammer.”

Hij pauzeert even zijn betoog om een bredere uitgangsscene in onze regio en lacht (wat heel erg typisch is aan Vervloet): “Ik ben aan het afwijken, hé?” Ik verzeker hem dat dat geen probleem is, maar hij hervat zijn antwoord op mijn oorspronkelijke vraag: wat met die bekendheid?

“Qua bekendheid valt het nogal mee hier in Tienen. Sinds de Fiocco-tijd ben ik dan ook een stuk veranderd: de bril is weg… en het haar ook (lacht). En als je niet regelmatig op de televisie komt, dan vergeten de mensen je ook voor een stuk. Dat is normaal. Maar ik kan mijn beroep, dj, ten volle beleven. In dat opzicht ben ik dus heel erg content. Je hoopt natuurlijk altijd op een nieuwe doorbraak, dat is logisch, maar momenteel doe ik mijn ding en ik beleef er enorm veel plezier aan. Sinds een klein half jaar ben ik ook volop bezig met het maken van nieuwe nummers en een nieuwe plaat. Volgende zomer in 2011 mag je weer heel wat nieuws van me verwachten!”

En daar kijken we halsreikend naar uit. Recent konden we al eens proeven van een nieuwe ‘Jan Vervloet’ toen er een hip promofilmpje voor de stad Tienen gelanceerd werd.

“Ik stak er bewust de herkenbare sound van de Fiocco-tijd in, maar toch zal je merken dat ook de huidige tijdsgeest erin vervat zit. Het is geen oubollig nummer geworden. Vroeger was het ritme van de nummers veel sneller. Dat heb ik wat ‘vertraagd’, om het zo te zeggen. Ieder jaar verandert de muziek een beetje, maar niet volledig uiteraard. Het zijn dan vooral tempoveranderingen of sounds of methodes die ‘in’ zijn, die hun in- of uittrede maken jaar na jaar. Maar na tien jaar verandert er wel wat meer. Op die tijd zijn bijvoorbeeld de beats per minute (bpm) geëvolueerd van 140-145 naar 130. Het clipje voor de stad is 132 bpm. Ik heb eerst de muziek gemaakt en achteraf zijn daar dan de beelden op gezet. Ik ben dat wel gewend om met video te werken en ik denk dan ook bij het componeren wel aan de mensen die achteraf moeten monteren. Dat was een hele uitdaging, maar de reacties waren overwegend positief en dat is wel fijn, natuurlijk. Als ik hetzelfde nummer voor een club zou moeten remixen, dan moet het hevige middenstuk veel uitgebreider (wanneer je Suikerrock en KVK Tienen in beeld ziet, nvdr), de intro en de outro zijn nu eigenlijk veel te lang. Maar dat was nodig voor dit concept.”

Je merkt duidelijk dat Vervloet gepassioneerd is door zijn muziek, niet alleen door wat hij zegt, je ziet het ook aan hem. Jan Vervloet is een geboren artiest. Ik vraag wat Tienen voor hem betekent en meer moest ik niet zeggen. Hij reageert enthousiast:

“Veel mensen hebben het beeld: ‘Tienen is een marginale stad’. Ik heb dat nog maar pas ontdekt. Echt waar! Ik moest naar Mechelen, ook voor een interview, en ze vroegen me wat ik ervan vond om in de marginale driehoek te leven. Veel mensen kennen dat begrip blijkbaar, ik kende dat dus niet. Ik vind dat dus ab-so-luut niet waar. Ik woon hier heel erg graag dat mag ook eens gezegd worden. Het is ook heel erg praktisch voor mij: ik zit veel in Wallonië, ik zit veel in Nederland, ik zit veel in Antwerpen of in Gent. Ik moet altijd maar een uur, een uur en half rijden, dus dat is perfect. Ik vind het ook heel tof om hier met m’n zoon en vriendin te wonen. Hier wordt veel georganiseerd voor families en kinderen, zoals jeugddagen. Ik heb hier niet te klagen. De meeste mensen zullen nog geeneens echt kunnen zeggen wat er dan in Tienen zoveel marginaler is dan op een ander. Mijn ouders hebben hier een meubelwinkel en ik woon hier al heel mijn leven. Ik heb mijn studio en mijn appartement boven de winkel. Ik kan het niet beter hebben dan hier in het centrum van de stad. Ik ben dus heel content van Tienen! (lacht)”

“En dan nog iets: ze zeggen soms dat er in Tienen niets te beleven valt. Ik vind van niet! Ik bedoel maar: ze zijn het podium van Suikerrock nog maar net aan het afbreken, of d’r wordt wel al iets anders opgesteld. Er is altijd wel wat, zeker met de fuiven en optredens die nu in de vernieuwde Manège plaats vinden. Ook de mensen van Tienen Draait Rond, bijvoorbeeld, doen een geweldige inspanning voor de stad. Dat er dus in Tienen niets te doen zou zijn, dat vind ik nog altijd een straffe uitspraak. Je mag onze stad ook niet vergelijken met Brussel of Antwerpen, hé. Mensen die zulke uitspraken doen, snap ik niet. Het is toch logisch dat in een stad zoals Antwerpen meer beweegt en er zal daar wel elke avond ergens een optreden zijn. Er zijn ook zoveel meer mensen. Voor een stad van de grootte van Tienen, doen we het helemaal niet slecht. Daar moet je toch over nadenken voor je zulke uitspraken gaat doen!”

Ik geef hem gelijk. We horen inderdaad voortdurend dat er wat beweegt in Tienen, en gelukkig maar! Het interview loopt naar zijn einde en ik stel hem nog een vraag over zijn Fiocco-tijdperk.

“Het wordt me nog heel regelmatig gevraagd om op te treden als Fiocco. Drie jaar geleden werd mij dat wekelijks gevraagd, twee jaar geleden nog maandelijks, en dat allemaal sinds de ‘I love the nineties’-hype. Maar Fiocco, dat is gedaan. Dat is een afgesloten hoofdstuk. Pas op, ik draai volgend jaar wel op ‘I love the 90’s’ , hé, maar dan als DJ Jan Vervloet. Ik begin niet opnieuw zoals al die groepen zoals 2 Fabiola of X-Session, zo weer opnieuw achter een synthesizer gaan staan tokkelen. Maar als Jan Vervloet wil ik gerust komen. En dat is wat ik aan de organisator van bijvoorbeeld ‘I love the 90’s’, Pieter-Jan Verachtert, ook elke keer opnieuw vertel. Hij vraagt namelijk ieder jaar of er geen Fiocco reünie mogelijk is). Achter mijn naam mag in ’t klein als referentie Fiocco staan, geen probleem, maar ik speel als dj en niet meer als de groep uit de jaren ’90. Niet dat ik daar slechte herinneringen aan heb, integendeel. We proberen trouwens samen met alle mensen van die periode nog elk jaar af te spreken en het is altijd wel plezant om hen nog eens terug te zien.”

“Fiocco, dat was toen ook bijna allemaal playback, wist je dat? Toen was dat de gewoonte, alle dance-acts waren toen voor 90% volledig playback, nu zou dat niet meer pakken, vrees ik (lacht). De meeste dance-formaties doen nu wel meer live en minder playback. Daarom dat ik het als dj ook belangrijk vind om zelf ook ‘live’ te spelen. Ik herhaal liever niet vooraf opgenomen setjes die zowel de ene de andere fuif identiek laten klinken, zoals sommigen heel bekende dj’s dit spijtig genoeg wél doen. Natuurlijk maak ik wel eigen mash-ups, dat is een combinatie van twee platen, en speciale exclusieve versies van bepaalde liedjes, maar volledige lange mixen  ’playbacken’, dat doe ik liever niet. Ik ben dj en ik ben daar fier op. Daarom speel ik zoveel mogelijk op gevoel,  ik probeer gewoon dé juiste plaat op hét juiste ogenblik te draaien. Dat is wel moeilijker dan het lijkt en dat lukt natuurlijk de ene keer wat beter dan de andere.

Ik vraag hem tot slot of hij nog tips heeft voor aanstormend Tiens muziektalent.

“Je moet vooral alles niet te licht opnemen. Iedereen heeft een computer, iedereen kan liedjes maken, maar je mag vooral niet ‘te rap content’ zijn. Dat is essentieel. Het gaat niet zo gemakkelijk. Ik ben ook begonnen in kleine cafés en met slechte demo’s, en dan heb ik zo mijn carrière langzaam maar zeker opgebouwd. Je moet ook toegevingen durven doen in stijl. Je moet ook denken aan het volk dat naar je komt luisteren. Als je na twee, drie platen ziet dat iedereen nog stilstaat, dan moet je iets ondernemen.”

Ik bedank Jan voor dit aangename gesprek en voel me weer een beetje meer Tienenaar.

Lees meer interviews met bekende Tienenaars op de stadsblog.

Tekst: Kevin Logist

Foto’s: Karel Duerinckx

Trefwoorden:  , , ,